Urdu Vertalingen

- BeŽdigd vertaler
- Urdu taal lessen
- Literair Vertaler

Toba Teek Singh

Door Saadat Hasan Manto (1955)

Een paar jaar na de verdeling van het land kwamen de regeringen van India en Pakistan tot het idee dat naast de gewone criminelen ook de gekken van de psychiatrische instellingen zouden moeten worden uitgewisseld: dat wil zeggen, de Islamitische gekken in Hindustanse instellingen zouden overgedragen worden aan Pakistan en hindoes en sikhs in de geestelijke instellingen van Pakistan zouden naar Hindustan gestuurd worden.

Of dit wel of niet een verstandig idee was is moeilijk te zeggen; hoe dan ook, op aanraden van geleerden, werden op hoog niveau vele conferenties gehouden aan beide kanten. Uiteindelijk werd een datum geprikt voor de daadwerkelijke uitwisseling van de krankzinnigen. Er was grondig onderzoek gedaan. De moslim gekken waarvan de families nog in Hindustan waren werden ongemoeid gelaten; en de rest werden naar de grens gebracht. Hier in Pakistan rees niet eens de vraag of iemand achter moest blijven, aangezien bijna alle hindoes en sikhs reeds gemigreerd waren. Alle hindoe en sikh gekken die er waren moesten onder politiebegeleiding naar de grens worden gebracht.

Over de reacties in Hindustan is niets bekend, maar toen het nieuws de psychiatrische inrichting van Lahore bereikte werd het gelijk onderwerp van interessant gesprek . Een moslim gek, die nu al twaalf jaar elke dag het opruiende blad 'Zamindar' las, werd door een vriend gevraagd: 'molbi saab! Wat is dit 'Pakistan'?' Na diep nadenken antwoordde hij, 'het is de naam van een plaats in Hindustan waar scheermessen worden vervaardigd'.

Zijn vriend was kennelijk tevreden na het horen van dit antwoord.

Dus vroeg een gekke sikh aan een andere gekke sikh: 'Sardarji! Waarom worden wij naar Hindustan gestuurd --- wij kennen hun taal niet?'
De andere glimlachte: 'ik spreek wel de taal van Hindoestoren ---- die Hindoestanen lopen rond branie net als een duivel'.

Op een dag verhoogde een moslim gek, terwijl hij een bad nam, de kreet 'Pakistan Zindabad' met zo'n enthousiasme dat hij op de grond viel en bewusteloos raakte.

Niet alle ingezetenen waren gek. De meerderheid ervan waren de moordenaars wiens families ambtenaren langs de linie hadden omgekocht om hen naar de geestelijke instelling te sturen. Op deze manier werden zij gespaard van de strop van de beul. Zij begrepen een beetje waarom Hindustan was verdeeld en wat dit 'Pakistan' was. Maar over de precieze toedracht waren zij evenmin in duisternis. De kranten hielpen evenzeer en de bewakers waren ongeletterd en onwetend. Ook van hun gesprekken konden zij niets afleiden. Zij wisten alleen over ene iemand Mohammad Ali Jinnah die ook Qaid-e Azam wordt genoemd. Voor de moslims heeft hij een aparte staat opgericht, die Pakistan heet---- waar dat was en over haar locatie, hadden deze dwazen geen flauw idee. Het gevolg was dat de ingezetenen die nog niet helemaal gestoord waren, in een dilemma raakten of zij nu in Pakistan waren of in Hindustan? Als zij in Hindustan waren, waar is Pakistan dan? Als zij in Pakistan waren hoe kwam het dan dat zij een paar dagen geleden ook hier woonden terwijl zij in Hindustan waren?

Een van de bewoners kreeg zo'n slecht gevoel van dit Pakistan-Hindustan-Pakistan rimram dat hij nog meer gestoord raakte. Op een dag, tijdens het vegen van de vloer, klom hij op een boom en zittende op een tak sprak hij voor twee uren over de delicate kwestie van Pakistan en Hindustan. Toen de bewakers hem vroegen naar beneden te komen ging hij nog omhoog. Wanneer zij hem bedreigden zei hij: 'Ik wil noch in Hindustan noch in Pakistan wonen, ik wens te leven hier in deze boom'.
Na veel overtuiging, en toen zijn hartstocht was afgekoeld, kwam hij naar beneden; en hij sloot zijn armen om zijn hindoe en sikh vrienden en begon te snikken. De gedachte dat zij hem zullen verlaten om naar Hindustan te gaan, bracht hem tot tranen.

Aan een universiteit afgestudeerde radio-ingenieur, die moslim was en zich afgezonderd had van andere gekken en de hele dag zwijgend een vaste wandeling in de tuin liep, reageerde door al zijn kleren uit te doen en aan de bewakers te geven. Naakt liep hij de hele tuin door.

Een dikke moslim gek uit Chiniot die ooit een actief lid was van de Moslim Liga, en dagelijks vijftien of zestien keer douchte, stopte opeens met deze gewoonte. Zijn naam was Mohammad Ali. Dus kondigde hij op een gegeven moment in zijn gekheid af dat hij Mohammad Ali Jinnah is. Door hem te imiteren werd een dwaas sikh Master Tara Singh, leider van de sikhs. Deze dwaasheid leidde bijna tot een bloedbad, maar beide gekken werden als 'gevaarlijk gek' verklaard en in aparte ruimten op slot gezet.

Er was een jong hindoe advocaat uit Lahore, die in liefdes afgewezen was en werd krankzinnig. Toen hij hoorde dat Amritsar tot Hindustan zou gaan behoren werd hij zeer verdrietig. Hij was verliefd op een hindoe meisje uit juist die stad. Hoewel zij de advocaat had afgewezen, was hij haar, ondanks zijn krankzinnigheid, niet vergeten. Dus schold hij al die hindoe- en moslimleiders uit die oogluikend toezagen hoe Hindustan in twee stukken werd verdeeld: zijn geliefde werd Hindustanse en hij Pakistaanse.

Toen de gesprekken over het uitwisselen begonnen troostten de andere gekken de advocaat dat hij zich niet veel zorgen moest maken. Hij zou naar Hindustan worden gestuurd. Het Hindustan waar zijn geliefde woonde. Maar hij wilde Lahore niet verlaten want hij dacht dat in Amritsar zijn juridische praktijk niet zou bloeien.

Bij de Europese afdeling waren twee Anglo-Indiase gekken. Toen zij erachter kwamen dat de Britten, na Hindustan te bevrijden, zijn vertrokken werden zij zeer bedroefd. Voor enkele uren zitten zij met elkaar te kletsen over de belangrijk onderwerp: wat zal hun positie zijn binnen de geestelijke instelling? Zal de Europese afdeling blijven bestaan of gaat de stekker eruit? Krijgen wij een 'ontbijt' of niet? Of moeten wij in plaats van een sneetje brood, Hindustanse chapati leren eten?

Er was een sikh die sinds de laatst vijftien jaar in de instelling zat. Je hoorde hem altijd de volgende vreemde maar opmerkelijke woordjes zeggen: 'Upar di gur gur di annex di be dhyana di mung di dal van de lantaarn. Hij sliep noch bij dag noch bij nacht. De bewakers zeiden dat hij in al die vijftien jaar geen oog heeft dicht gedaan, zelfs niet voor een moment. Hij ligt ook niet op bed. Hij leunde wel af en toe tegen een muur.

Omdat hij voortdurend bleef staan waren zijn voeten opgezwollen. Zijn enkels waren ook opgezwollen. Maar ondanks zijn lichamelijke ongemak rustte hij nooit uit op een bed. Toen in de geestelijke instelling een gesprek gaande was over Hindustan, Pakistan en over de uitwisseling van de krankzinnigen, luisterde hij aandachtig. Als iemand hem vroeg wat hij ervan dacht, dan gaf hij een serieus antwoord. 'Upar di gur gur di annex di be dhyana di mung di dal van de regering van Pakistan.

Maar later toen 'van de regering van Pakistan' was verruild voor 'van de regering van Toba Teek Singh' begon hij aan andere krankzinnigen te vragen waar Toba Teek Singh was --- waar hij vandaan kwam. Maar niemand wist eigenlijk of dat in Pakistan lag of in Hindustan. Als iemand het hem probeerde te vertellen, raakte die persoon zelf in verwarring: Sialkot was eerst in Hindustan, maar nu, zoals men zei, ligt dat in Pakistan. Wie weet zal Lahore, dat nu in Pakistan ligt, morgen tot Hindustan behoren. Of dat heel Hindustan Pakistan word. En wie kon dit met zekerheid zeggen dat Hindustan en Pakistan niet allebei op een dag ophielden te bestaan?

De haren van deze gekke sikh groeiden steeds dun en schaarser. Omdat hij heel weinig douchte, waren zijn baard en hoofdharen aan elkaar geklonterd. Dat gaf hem een onheilspellend gezicht, maar hij was een ongevaarlijke mens. In de afgelopen vijftien jaren had hij nooit ruzie gemaakt met iemand. De oude bedienden van de instelling wisten slechts dit over hem: hij had veel landgoed in Toba Teek Singh. Hij was een welgestelde landeigenaar totdat hij ineens zijn verstand verloor. Zijn familieleden brachten hem hier in een dikke zware ketting, en overhandigen hem aan de geestelijke instelling.

Een keer in een maand bezochten zij hem en na controleren over zijn welzijn vertrokken zij weer. Voor een lange tijd vonden deze visites regelmatig plaats, maar toen verwarringen over Hindustan-Pakistan begon, hielden deze op.

Zijn naam was Bishan Singh maar iedereen noemde hem Toba Tek Singh. Hij had absoluut geen idee welke dag, maand of jaar het was. Maar elke keer als zijn familie op bezoek zou komen dan wist hij dat van te voren. Dus zei hij tegen de bewakers dat zijn visite er aan komt. Op die dag douchte hij goed; schrobde hij grondig zijn lijf met zeep; en deed hij olie in zijn haren om dat goed te kammen. De kleren die hij anders nooit droeg, haalde hij op. Na alle verfraaiing ontving hij zijn visite. Als zij iets aan hem vroegen zweeg hij, maar soms zei hij: 'Upar di gur gur di annex di be dhyana di mung di dal van lantaarn'.

Hij had een dochter, die elke maand steeds een vinger breed groeide, en die volwassen werd in vijftien jaar. Bishan Singh herkende haar nauwelijks. Als een kind huilde zij toen zij haar vader zag. Ookal was zij volwassen haar tranen stroomde nog steeds.

Toen de kwestie Pakistan-Hindustan uitbarstte begon hij aan andere dwazen te vragen waar Toba Teek Singh was? Als hij geen bevredigende antwoord kreeg dan nam zijn zoektocht dag in dag uit toe. Nu kreeg hij ook geen visite meer. Ooit wist hij vanzelf dat iemand bij hem op bezoek zou komen, maar nu leek het alsof zijn innerlijk intuÔtie, die hem altijd inlichtte over zijn visite, verlamd geraakt was.

Zijn grote wens was dat de mensen, die sympathiek voor hem waren en fruit, zoetigheid en kleren voor hem meebrachten , hem zouden bezoeken. Als hij aan hen had gevraagd waar Toba Tek Singh ligt, dan hadden zij hem dat zeker verteld. Zij hadden hem verteld of dat in Pakistan of in Hindustan ligt. Want hij dacht dat deze mensen uit Toba Teek Singh kwamen, daar waar zijn landgoed was.

Bij het gekkenhuis was er zelfs een dwaas die zich god noemde. Toen Bishan Singh op een dag aan hem vroeg of Toba Teek Singh in Pakistan was of in Hindustan begon hij te lachen, zoals zijn gewoonte was, en zei: 'het is in Pakistan noch in Hindustan, want wij hebben nog geen bevel gegeven.'

Een enkele keer vroeg Bishan Singh aan die god, smekend en vleiend, om dat bevel te geven zodat de verwarring zou verdwijnen. Maar deze god had het te druk, omdat hij nog veel bevelen moest geven. Op een dag, uit irritatie, barstte hij naar hem uit: 'Upar di gur gur di annex di be dhyana di mung di dal van de heil van de Guruji en van de Khalsa, en de overwinning aan de Guruji --- Wie dit zegt zal bloeien, ware god altijd leeft'.

Dit betekende misschien dat: 'jij bent een god van de moslims --- als jij een god van de sikhs was had je allicht naar mij geluisterd'.
Enkele dagen voor de uitwisseling kwam een moslim uit Toba Teek Singh, die ook zijn vriend was, op bezoek. Hij was nog nooit eerder gekomen. Toen Bishan Singh hem zag ging hij aan de kant staan en wilde weggaan, maar de bewakers stopten hem: 'hij komt jou bezoeken----hij is jouw vriend Fazal Din.'

Bishan Singh wierp een blik op Fazal Din en begon iets te mompelen. Fazal Din kwam naar voren en legde een hand op zijn schouder: 'lange tijd was ik van plan om jou te bezoeken maar ik kreeg geen kans---- het gaat goed met jouw hele familie. Zij zijn naar Hindustan vertrokken---- ik heb ze zoveel ik kon geholpen---- jouw dochter Roop Kour...----' Hij stopte midden in de zin.

Bishan Singh begon zich iets te herinneren, 'dochter Roop Kour'.

Fazal Din zei aarzelend: 'ja--- met haar---met haar gaat het ook goed---- zij vertrok ook met hen'.

Bishan Singh bleef zwijgen. Fazal Din begon te zeggen: 'zij hadden gevraagd of ik van tijd tot tijd naar jouw welzijn zou vragen.--- nu heb ik gehoord dat jij naar Hindustan gaat--- geef mijn groeten aan broer Bilbair Singh en aan broer Wadahwa Singh--- en ook aan zus Amrat Kour.--- Zeg tegen broer Bilbair Singh dat het goed gaat met Fazal Din---- van de twee bruine buffels, die zij achter hadden gelaten, heeft ŤŤn daarvan een mannelijk kalf gekregen---- de andere een vrouwelijke kalf, maar na zes dagen werd zij dood gevonden--- en--- als er iets is dat ik voor hen kan doen, zeg hen dat ik tot hun dienst sta.----- hier heb ik een beetje gepofte rijst zoetjes voor jou.

Bishan Singh nam de bundel van gepofte zoete rijst van hem en gaf dat aan de bewakers. Hij vroeg aan Fazal Din: 'waar is Toba Teek Singh?' Fazal Din antwoordde verbaasd: 'waar is het--- gewoon daar waar het was'. Bishan Singh vroeg hem weer: 'in Pakistan of in Hindustan?' 'In Hindustan ---- nee, nee in Pakistan'. Fazal Din raakte in verwarring. Mompelend ging Bishan Singh weg: 'Upar di gur gur di annex di be dhyana di mung di dal van de Pakistan en Hindustan van de eruit, grote mond!'

De voorbereidingen voor de uitwisseling waren compleet. De lijsten van de dwazen, die van hier naar daar en van daar naar hier moet, waren gearriveerd, en de dag voor de uitwisseling was uitgekozen.

Het was extreem winterweer toen het busjes vol met hindoe en sikh gekken uit de Lahores geestelijk instelling vertrokken onder begeleiding van de bewakende politie. De begeleidende officieren waren er ook bij. Op de grenspost van de Wahgah troffen de hoofdofficieren elkaar aan. Na voorafgaande procedures begon de uitwisseling die de hele nacht doorging.

Het was een lastig karwei om de gekken uit de bussen te halen en hen uit te leveren aan andere officieren. Sommigen wilden niet uitstappen. Diegene die wel bereid waren om er uit te komen waren moeilijk te beheersen omdat zij ineens gingen rennen. Toen diegenen die naakt waren, werden aangekleed, scheurden zij de kleren van hun lijf --- de een begon te schelden, de ander te zingen. Zij maakten ruzie met elkaar, huilend en mopperend. Mensen konden elkaar niet horen.---- het lawaai en geschreeuw van de gekke vrouwen was iets aparts. Het was zo extreem koud dat iedereen klappertanden.

Een meerderheid van de dwazen was niet voor de uitwisseling. Want zij begrepen niet waarom zij weggehaald werden uit hun plaats en waar zij gebracht werden. Enkelen die er wel een sprankje van begrepen, schreeuwden: 'lang leve Pakistan' of 'dood aan Pakistan'. Een enkele keer leidde het bijna tot rellen omdat sommige moslims en sikhs, na het horen van deze slogans, uit barstten door een opwekkende passie.

Toen Bishan Singh aan de beurt kwam, en een begeleidende officier van de andere kant van de Wahgah grenspost hem wilde registreren, vroeg hij aan hem: 'waar is Toba Teek Singh'--- in Pakistan of in Hindustan?

De begeleidende officier lachte: 'in Pakistan'.

Na dit te horen sprong Bishan Singh weg, week uit naar een kant en rende naar zijn achterbleven metgezellen.

De Pakistaanse soldaten grepen hem en wilden hem naar andere kant brengen maar hij weigerde te lopen. 'Toba Teek Singh is hier!'--- en hij begon hard te schreeuwen: 'Upar di gur gur di annex di be dhyana di mung di dal van de Toba Teek Singh en Pakistan'.

Zij overtuigden hem: 'kijk! Nu is Toba Teek Singh naar Hindustan gegaan--- als het daar niet heen is gegaan dan zal het daar wel naar worden opgestuurd'. Maar hij geloofde zij niet. Toen zij, met alle macht hem probeerden te verslepen naar de andere kant van de grens, stopte hij in het midden en stond daar op zijn gezwollen benen alsof nu geen enkele macht hem van zijn plaats kon bewegen.

Omdat hij een ongevaarlijk mens was werd er dus verder geen macht gebruik tegen hem; hij werd met rust gelaten op zijn plek, en werden de rest van de handelingen van de uitwisseling doorgezet.

In de stilte voor de zonsopgang kwam een hemel doorborende schreeuw uit de mond van de stil staande Bishan Singh--- van beide kanten kwamen veel officieren aanrennen en zagen dat de man, die vijftien jaar lang, dag en nacht, op zijn benen bleef staan, lag uigestrekt. Hier, achter het prikkeldraad, was Hindustan---- en daar, achter hetzelfde soort draad, was Pakistan. Daar tussen, op dat stukje grond die geen naam had, lag Toba Teek Singh.